Inzet van ICT in het onderwijs voor kinderen met autisme

autisme en leren met de tablet‘Ze zitten al zoveel achter de computer!’ Het is een veel gehoord argument om kinderen met autisme op school maar niet met de computer of ander device te laten werken. ‘Computeren doen ze thuis wel. daar zijn ze al handig genoeg in! Wij richten ons op vaardigheden waar ze juist nog veel kunnen leren!’

Op het eerste gehoor klinkt dat heel aannemelijk. Want inderdaad, deze leerlingen zitten thuis veel achter de computer. Hun ouders voelen zich vaak in een spagaat. Aan de ene kant zijn ze blij, dat hun kind bezig is. Dat scheelt een hoop irritaties en onrust door niet-ingevulde tijd! Maar aan de andere kant is het ook wel belangrijk, dat ze oog krijgen voor andere activiteiten, liefst met anderen samen.

Het probleem is, dat dat een stuk minder vanzelf gaat. Waar ze zich achter de computer uren achtereen kunnen vermaken, hebben ze het bij andere activiteiten snel bekeken, als ze er überhaupt al aan beginnen. Daarin spelen allerlei factoren een rol: motivatie, gebrek aan overzicht, onduidelijkheid, onbekende verwachtingen, onvoldoende structuur, de situatie niet zelf in de hand hebben, etc. Hoe gek het voor ouders soms ook klinkt, die games waar van alles en nog wat in gebeurt en voorbij flitst, zijn voor deze kinderen een veel veiliger omgeving. Daarbij hebben we het niet direct over de inhoud van de game, maar over de aard van de activiteit: voorspelbaar, gestructureerd, zakelijk en doelgericht. Precies dat wat hen veiligheid biedt. Veel andere activiteiten die leerkrachten of ouders hen graag willen laten doen, hebben dat niet óf hebben dat alleen wanneer ze de activiteit begeleiden. En dat kost weer tijd, die leerkrachten of ouders niet altijd hebben of waar ze gewoonweg even niet de energie voor hebben.

Even terug naar de schoolsituatie: Juist omdat werken met de computer of een tablet deze kinderen veiligheid en structuur biedt én omdat het qua begeleiding tijdwinst oplevert en door de veiligheid en structuur van de activiteit misschien ook wel betere resultaten, zouden we gerichter moeten kijken hoe we daar op school meer gebruik van kunnen maken. Onderstaand een voorbeeldcasus om dit te illustreren en ter inspiratie, deels gebaseerd op eigen ervaring.

Petra is 7 jaar en heeft autisme. Sociale situaties zijn voor haar heel erg lastig. Praten over gevoelens leveren haar veel stress op, zeker op school. Tegelijk is zij ook zeer intelligent en muzikaal. De uitdaging is om met haar aan de slag te gaan met het benoemen van gevoelens. Dit zou als volgt kunnen verlopen, gebaseerd op de sterke kanten van Petra en op haar interesses.

Na een korte kennismaking zoom je in op de muzikaliteit. Een veilig onderwerp waarvoor de motivatie hoog is! Na een gesprekje over muziek, ga je samen wat muziek beluisteren. ‘Wat is mooie muziek en wat is minder mooi? En waarom?’ Een leuke en ontspannen manier om kennis te maken en een basis te leggen.

Bij de tweede activiteit kun je daar op verder borduren. Opnieuw samen muziek beluisteren. Dit keer met de vraag: ‘Welk gevoel geeft deze muziek jou?’ Bij bepaalde fragmenten zal het lukken om hier woorden aan te geven. Bij andere zal het lastiger zijn en is er meer hulp nodig Soms moet je ook gewoon concluderen, dat het niet te benoemen is.

GarageBandBij de derde activiteit kun je het om gaan draaien. Daarbij gaat het om de vraag: ‘Kun je zelf muziek maken, die past bij een bepaald gevoel?’ In dit geval kun je een iPad gebruiken met daarop de betaalde versie van GarageBand, een app waarmee je zelf muziek kunt componeren en opnemen. Er zijn echter ook diverse andere muziek-apps of online applicaties beschikbaar die vergelijkbare mogelijkheden hebben. Hoewel het best lastig is om helemaal zelf muziek te verzinnen, past dit wel bij Petra. De combinatie van het kunnen experimenteren met de app en haar muzikaliteit maken, dat dit een activiteit is waar zij zich veilig bij voelt. Dat je het ondertussen over allerlei gevoelens hebt, zal voor haar geen belemmering zijn. Voor haar voelt dat meer als bijzaak en dus zal ze veel minder snel blokkeren.

Bij de vierde activiteit kun je de koppeling gaan maken met situaties die zich voor kunnen doen op het plein. ‘Stel je krijgt een duw op het plein en je valt. Hoe voel je je dan? Kun je een muziekje maken die past bij dat gevoel?’ Dat is al weer wat moeilijker. Bij de wat duidelijker te benoemen gevoelens zal het best lukken. Maar bij andere is het lastiger. Deze activiteit zul je vaker moeten herhalen, waarbij je slecht geleidelijk progressie maakt. Vervolgens kun je dit uitbouwen door werkelijk gebeurde gebeurtenissen in de klas of op het plein te gebruiken. Langzamerhand ontstaat zo een koppeling tussen gebeurtenis-muziek-gevoel.

Bij de vijfde activiteit kun je de functie van de muziek minder belangrijk maken. In plaats van de muziek daadwerkelijk te maken, kun je Petra laten benoemen welk soort muziekje er bij zou passen. Als tussenstap kun je ook eerder opgenomen en benoemde fragmenten laten kiezen. Zo onderstreep je richting Petra, dat bepaalde gevoelens vaker voorkomen en in verschillende situaties.

De zesde activiteit is dan de transfer naar de praktijk. Op het moment dat er iets vervelend gebeurt, kun je Petra vragen om te kiezen welk fragment daar bij past of haar een muziekje laten maken die haar gevoel op dat moment weer geeft. Zo oefen je met haar in de praktijk het benoemen van haar gevoelens op het moment dat het relevant is. Belangrijk daarbij is om dat ook in positieve situaties te doen, bijvoorbeeld na een behaald succes, en niet alleen na een conflictsituatie.

In dit voorbeeld gaat er veel tijd in de begeleiding zitten. Dat kan de reden zijn om het maar niet te doen. De valkuil van het korte-termijn-denken! Daarbij moet je echter niet uit het oog verliezen, dat dit een investering is, die zich later terugbetaald! Door het niet benoemen van haar gevoelens ontstaan er regelmatig vervelende en escalerende situaties in de klas. Tel eens op hoeveel tijd, aandacht en energie daar gaandeweg in gaat zitten! En naarmate Petra ouder wordt, neemt dit waarschijnlijk eerder toe dan af. Haar helpen met het aanleren en oefen van de juiste vaardigheden kunnen een hoop ellende helpen voorkomen voor de klas, maar zeker ook voor Petra zelf. Daar zal ze haar leven lang plezier van hebben!

Nu is bovenstaande een wat verder gaande en intensieve activiteit. Uitgaande van de sterke kanten van een kind met autisme en zijn of haar interesses zijn er echter tal van activiteiten te verzinnen, die makkelijker in te zetten zijn en minder begeleiding vragen.

Heeft u zelf niet de mogelijkheden hiervoor informeer dan eens naar onze mogelijkheden voor ondersteuning. Ook een consult op locatie, per e-mail of telefonisch behoort tot de mogelijkheden. Neem geheel vrijblijvend eens contact op via het contactformulier of het offerteformulier. We helpen u graag verder!

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Doornbos - Consultancy | Advies | Training - Van Maanenware 82 - 8014PR ZWOLLE - 06-20437188 - info@dcat.nl - KVK 59087072 | Realisatie: Catharinus Doornbos | © 2013 DCAT.nl Frontier Theme